Vlaamse Vereniging voor Entomologie
Flemish Entomological Society

Phegea 49 – 2021


Home | Publicaties | Overzicht
 
Phegea 49 – 2021
Phegea 50 – 2022 ArrowRight

Phegea 49 – nummer 1 (1 maart 2021) (Nieuwsbrief/Newsletter)

Meert R.: Eupoecilia sanguisorbana (Lepidoptera: Tortricidae) new to the Belgian fauna.
Phegea 49(1): 2–5.
During a targeted search on 6 August 2018, 5 larvae of Eupoecilia sanguisorbana (Herrich-Schäffer, 1856) were observed in the Nature Reserve "Vallée de la Holzwarche" in Büllingen (Province of Liège). These are the first records of this species in Belgium. The larvae were found in the flower heads of great burnet (Sanguisorba officinalis). In 2019–2020 a breeding experiment revealed that this species is partially bivoltine in Belgium. In this article general information about E. sanguisorbana is given and these first Belgian observations are described and illustrated in detail.
(English) –

Meert R.: Additional information about the bionomics of Apodia bifractella (Lepidoptera: Gelechiidae) in South Europe.
Phegea 49(1): 6–9.
In early July 2019 some larvae of Apodia bifractella (Duponchel, 1843) were found in fresh flowerheads of Inula montana in southern France (Département du Gard). Some larvae produced adult moths in August of the same year. Others appeared only after hibernation. Both the host plant and the occurrence of a partial second generation are new data concerning the bionomics of this species.
(English) –

Troukens W.: De aaskoprakever, Necrobia violacea (Coleoptera: Cleridae), in de Benelux.
Phegea 49(1): 10–13.
Naar aanleiding van een lichtvangst van Necrobia violacea (Linnaeus, 1758) op 3.vi.2019 te Anderlecht (Brussels Hoofdstedelijk Gewest), besloot de auteur een studie te maken over de biologie en de verspreiding van dit kevertje in de Benelux. Dit mierkevertje is een kosmopoliet. Men vindt hem op kadavers, op huiden, knoken en in compost. Hij maakt er jacht op vliegenmaden en andere larven. In de Benelux is N. violacea nergens zeldzaam.
(Nederlands) –

Couckuyt J. & Jonckheere K.: Inventarisatie van dag- en nachtvlinders (Lepidoptera) in het departement Cher (Frankrijk) in de periode van 27–31 juli 2020.
Phegea 49(1): 14–29.
Tijdens de laatste week van juli 2020 werd een inventarisatie van dag- en nachtvlinders uitgevoerd door 11 leden van de VVE WG Dagvlinders en de nachtvlinderwerkgroep Waasland in het Franse departement Cher. De focus lag op de streek van Sainte-Montaine, maar ook andere regio's in de Cher werden bezocht. Doel was om een actuele lijst op te stellen van soorten die actief waren tijdens deze periode van het jaar. Tijdens deze 5-daagse inventarisatie werden diverse biotopen in het departement Cher bezocht en ondanks de zeer warme en droge weersomstandigheden werden in totaal 58 soorten dagvlinders waargenomen. Voor de groep nachtvlinders werden in totaal 101 soorten gevonden tijdens een nachtelijke inventarisatie waaronder 41 nieuwe soorten voor de streek van Sainte-Montaine.
(Nederlands) – [S1-dagvlinders] [S2-nachtvlinders] [S3-kevers] [S4-libellen].

Valkov R.: On the importance of inconspicuous flowering plants – how a "noxious weed" sustains valuable insects.
Phegea 49(1): 30–46.
The importance of floral diversity in providing a source of nectar and pollen for insects in the context of modern agricultural practice is a subject of continuous debate in search of a favourable compromise. The precise role of flowering plants and their value as vital determinants of ecologically sustainable agricultural landscapes remains underestimated. Not only are the consequences of removing inconspicuous herbaceous plants often overlooked, to the detriment of beneficial insects, but current lack of knowledge can result in commercially significant negative effects. This study focuses on the importance of the plant species Common Field Speedwell Veronica persica Poir. and Ivy-Leaved Speedwell Veronica hederifolia Linn. subspp. hederifolia and lucorum (Klett & Richt.) to insects. The survey has been conducted in a privately owned garden in Bulgaria. It shows that Veronica plants provide a reliable source of nectar and pollen to a large number of beneficial insects and produced a comprehensive species list, accompanied by numerous photographs captured over a short period of time. The site where data were collected is relatively undisturbed by human activity, which helps in obtaining more accurate, spontaneous and unbiased information. In addition to the commercial scouting of the possible use of the plant genus Veronica, encouraging studies on these plants is highlighted as a possible means of reversing declines in insect populations
(English) –

De Prins G.: Hydriris ornatalis (Lepidoptera: Crambidae: Spilomelinae) nieuw voor de Belgische fauna.
Phegea 49(1): 47–48.
Op 08 augustus 2020 werd in een skinnerval, opgesteld in een achtertuin te Merksem (AN) een nieuwe soort voor België ontdekt, nl.: Hydriris ornatalis (Duponchel, 1832). Dit is de eerste maal dat deze soort voor België gemeld wordt.
(Nederlands) –

Phegea 49 – nummer 2 (1 juni 2021) (Nieuwsbrief/Newsletter)

Steeman C. & Sierens T.: Interessante waarnemingen van Lepidoptera in België in 2020.
Phegea 49(2): 50–57.
Nieuwe provinciegegevens en andere interessante waarnemingen van Lepidoptera in 2020 worden gemeld. Ook enkele oudere gegevens worden meegedeeld. De hele lijst is alfabetisch gerangschikt. Systematiek en nomenclatuur volgens de Catalogue of the Lepidoptera of Belgium (De Prins & Steeman 2020). Verschillende nieuwe soorten voor de Belgische fauna worden vermeld: Dryobota labecula, Hydriris ornatalis, Leucania loreyi, Thera cupressata, Trigonophora flammea, Zimmermannia atrifrontella, Z. liebwerdella.
(Nederlands) –

Troukens W.: Chrysolina americana (Coleoptera: Chrysomelidae) in de Benelux: een stand van zaken.
Phegea 49(2): 58–60.
Chrysolina americana (Linnaeus, 1758) is een antropogeen uit Zuid- en Centraal-Europa. Met behulp van de mens is hij omstreeks de eeuwwisseling de Benelux gaan koloniseren. Dit goudhaantje vindt men vooral in voortuinen op lavendel, één van zijn waardplanten. De kevers planten zich voort in de lente en in het begin van de herfst. Imago’s en larven worden het ganse jaar waargenomen. In de moestuin kunnen zij vraatschade aanrichten aan rozemarijn en salie.
(Nederlands) –

Coutsis J. G. & Benyamini D.: About the recent transfer of the species-group taxon floccifera and its closest relatives from the genus Carcharodus to the genus Muschampia (Lepidoptera: Hesperiidae, Pyrginae).
Phegea 49(2): 61–66.
The taxonomic history of skippers usually placed in the genus Carcharodus is surveyed, and the recent transfer to the genus Muschampia of the species-group taxon C. floccifera and its closest relatives (apart from C. alceae and C. tripolina) is discussed and questioned on the basis of extensive genitalia character differences detected in both sexes between C. floccifera and its kin, and M. proto (= type species of the genus Muschampia).
(English) –

Wullaert S.: Resultaat van de excursies naar Les Anciennes Briqueteries de Rome, Durbuy, 2012–2017 (Lepidoptera).
Phegea 49(2): 67–72.
Tijdens 14 excursies van de Werkgroep Bladmineerders van de Vlaamse Vereniging voor Entomologie naar het Natagora natuurreservaat Les Anciennes Briqueteries de Rome te Durbuy (LX) werden 855 soorten Lepidoptera vastgesteld. Dat is uitzonderlijk veel voor een 8 ha groot gebied middenin een ruimere omgeving van bewoning, akkers en versnipperde bosresten. Dit artikel bevat gegevens over de geologie en de geschiedenis van het gebied en een overzicht van de meest opmerkelijke soorten Lepidoptera.
(Nederlands) –

Hoffmann O.: Grote aantallen eitjes van de eikenpage (Favonius quercus) (Lepidoptera: Lycaenidae) gevonden op Amerikaanse eik (Quercus rubra).
Phegea 49(2): 73–77.
Na het snoeien van een volgroeide Amerikaanse eik (Quercus rubra) in een tuin te Waasmunster (België, OV) werd het snoeiafval gecontroleerd op eitjes van de eikenpage (Favonius quercus). Er bleken meer dan 80 eitjes te zijn afgezet, vooral op de oostzijde (ochtendzon) van de boom.
(Nederlands) –

Steeman C.: Cnephasia cupressivorana (Lepidoptera: Tortricidae, Cnephasiini), nieuw voor de Belgische fauna.
Phegea 49(2): 78–80.
Op 13 mei 2019 werden de eerste twee exemplaren van Cnephasia cupressivorana (Staudinger, 1871) voor België verzameld te Finnevaux (NA). Op 3 verschillende data in mei 2020 werden er op dezelfde locatie nog 15 andere exemplaren verzameld. Deze soort wordt hier voor het eerst uit België vermeld.
(Nederlands) –

Peeters I. & Scheers K.: Report and comments on introduced Carabus species of the subgenus Chrysocarabus (Coleoptera: Carabidae) in Belgium.
Phegea 49(2): 81–86.
The authors report on the occurrence of introduced populations of non-native taxa belonging to the subgenus Chrysocarabus Thomson, 1875 in Belgium. More information is provided regarding the species and habitats.
(English) –

Peeters A. & De Prins G.: Pseudobissetia terrestrellus (Lepidoptera: Crambidae) nieuw voor de Belgische fauna.
Phegea 49(2): 87–89.
Op 3 juni 2020 werden in een skinnerval in een tuin te Schoten (Antwerpen) twee exemplaren van een nieuwe soort voor België ontdekt, nl.: Pseudobissetia  terrestrellus (Christoph, 1885).  Een derde exemplaar werd in dezelfde tuin gevangen op 8 juni 2020. Dit is de eerste maal dat deze soort voor België gemeld wordt.
(Nederlands) –

Valkov R.: Saproxylic insect fauna – Dasycera oliviella (Lepidoptera: Oecophoridae) seen as a meaningful habitat quality indicator.
Phegea 49(2): 90–95.
Saproxylic insects are inextricably associated with woodland habitats, often with assigned conservation designations. The presence of rare saproxylic insects that are characteristic to a given habitat type emphasises the ecological importance of the naturally occurring process of wood decay. This is the first record of the diurnal micro-moth Dasycera oliviella (Fabricius, 1794) in North-West Bulgaria that includes field notes on the behaviour and feeding preferences of the adult moth, seen in nature. Other rare European insect species, found in the same sampling site where D. oliviella was recorded, are mentioned to reinforce the importance of perceiving any habitat as a potentially vulnerable ecologically interconnected entity. The paper also emphasizes the irreparable damage to insect populations brought about by anthropogenic activity in sensitive habitats, the establishment of which requires many years of undisturbed plant-insect interaction. Problems connected with the deficiency of research data when studying Microlepidoptera are also discussed.
(English) –

 

Phegea 49 – nummer 3 (1 september 2021) (Nieuwsbrief/Newsletter)

 


Phegea 49 – nummer 4 (1 december 2021) (Nieuwsbrief/Newsletter)

Phegea 49 – 2021
Phegea 50 – 2022 ArrowRight